nieuws > archief > interview bart de grunt
INTERVIEW Bart de Grunt

INTERVIEW Bart de Grunt

31 januari 2015 13:14

Een ouderwetse tweedegrader

INTERVIEW

Rector Bart de Grunt van het Rembrandt College in Veenendaal voerde bijna niets uit op de basisschool en de havo, wilde het leger in en ontdekte in een Duitse Schullandheim zijn passie.

Pop- up # dGschool

door Suzanne de Winter

Een kakschool en een leerbunker.

Dat waren de twee scholen die zijn ouders voor hem op het oog hadden. Maar Bart de Grunt (40) koos voor een derde school, als enige in zijn klas. Een veel te leu­ke school was dat, zegt de rector van het Rembrandt College in Veenendaal nu.

Maar hij bleef zitten in het tweede brugjaar en toen hij die moest overdoen, liet hij zich zo vaak de les uit sturen dat zijn te leuke school vond dat Bart het maar eens elders moest proberen. En zo ging De Grunt toch nog naar de leerbunker.

In de tweede blijven zitten, de vierde klas een keer­tje overgedaan. Had u een hekel aan school?

„Ik had niks tegen school, maar ik was met heel andere dingen bezig. Altijd buiten, voetballen en met vrienden aan het hangen.”

Toch wilde u het onderwijs in. Waarom?

„Vanaf mijn vijftiende bracht ik al mijn vakan­ties door in Duitsland. Scholen daar zijn ver­plicht om op werkweek te gaan. Dat doen ze in een zogeheten Schullandheim. Ik begeleidde groe­pen op een Schullandheim in Hessen. Zo kreeg ik veel Duitse vrienden, tien jaar ouder dan ik, die in het onderwijs zaten.”

Kinderen begeleiden op kamp in plaats van met de bus naar Spanje?

„Naar Blanes (Spaanse badplaats, red.) bedoel je? Alsjeblieft niet. Ik vond het omgaan met die groe­pen zo geweldig. Je haalde de bleekneusjes op met de bus bij een sporthal in Frankfurt en na drie weken waren het jouw kinderen geworden.

Het terrein was 32 hectare met barakken en drie keer per dag ging je met je karretje naar de keu­ken. Voor de rest organiseerde je dingen en ging je bij andere groepen langs. Je bracht ze uitge­rust, blij en bruin terug naar huis.”

Wat voor leraar wilde u worden?

„Ik wilde een goeie tweedegraads leraar worden, voorbereid op de achterstandswijken. Dat sloot helaas niet aan bij hoe de lerarenopleiding in el­kaar zat. De focus lag op de eerstegraads docen­ten. Ik koos voor maatschappijleer. Een ge­jat vak, zeggen ze. Het brengt inderdaad al­les samen en daarom vind ik het juist zo leuk.”

En wat voor leraar werd u uiteindelijk?

„Een ouderwetse docent. Goed onderwijs zit hem niet in iPads en laptops maar in de hand die de kinderen meeneemt. De iPad is gewoon een ingescand lesboek. Ik ben erg voor het systeem dat we in de jaren negen­tig hadden, waarbij leerlingen vakken op verschillende niveaus konden doen. Politie­ke wensdromen maakten daar toen helaas een einde aan. Nu kun je een kei zijn in ta­len en slecht in wiskunde, maar dan zak je dus net zo lang af tot dat laagste niveau. Eeu­wig zonde van je andere talenten.”

Komt dat nog goed?

„We gaan langzaam terug naar die differen­tiatie. Maar de politiek zou zich niet meer met het onderwijs moeten bemoeien.”

U bent sinds twee jaar rector van het Rem­brandt College. De boekenkast in uw werkka­mer staat vol onderwijs- en managementboe­ken. Covey, Collins. Alles gelezen?

„Ja. In elk geval alles diagonaal. Ik moedig ie­dereen aan om ze te lenen. Een goede lei­dinggevende, zei iemand een keer tegen me, is als een vader. Hij beschermt, moti­veert en deelt af en toe een oorvijg uit. En hij krijgt er zelf ook wel eens een.”

Mist u na tien jaar leidinggevende functies de klas onderhand niet?

„Jawel, maar ik wilde niet op alle borden te­gelijk schaken. Dat werkt gewoon niet. Ik ga geregeld in de kantine zitten tussen de kin­deren. En ik probeer twee keer per week bij de deur te staan om goedemorgen te zeg­gen. Soms zie je de leerlingen wel kijken: wie is die man? Maar dat geeft niks. Lesge­ven is een zwaar vak. Als ik dat nu ineens weer een week zou moeten doen, dan ben ik helemaal gesloopt. Probeer het zelf maar eens.”