vakken > Biologie

Biologie

Biologie gaat over levende wezens. 
Biologie gaat dus ook over jezelf. Dat maakt biologie een razend interessant vak. Bij geen ander vak kom je zoveel te weten over het menselijk lichaam en over de planten en dieren om je heen. Je krijgt natuurlijk uitleg van de docent en door middel van het boek. Maar zo vaak als maar mogelijk is, in de les en thuis, voer je proeven uit om iets te weten te komen.

In elke klas van de onderbouw krijg je biologie. In de klassen 1 en 2 werken we vooral aan de stof die hoort bij de basisvorming. In klas 3 wordt je voorbereid op de manier van werken in de examenklassen biologie. Je kunt dan een goede keus maken om biologie al dan niet in je examenpakket op te nemen.

Biologieboeken
Elk niveau heeft een eigen methode en een eigen manier van werken. De ene leerling werkt nu eenmaal het best met kleine stukjes tekst en veel herhalen. Andere leerlingen willen vooral lastige puzzels en opdrachten uitvoeren en zo aan de benodigde kennis komen. Elke niveau heeft een eigen methode en een eigen manier van werken.

Biologie en ICT
Je maakt veel gebruik van digitale hulpmiddelen. We werken veel met een elektronische leeromgeving (ELO). Je vindt hier allerlei documenten, lessen en opdrachten. Je werkt dus regelmatig met een computer. Vaak om tussendoor even wat informatie op te zoeken, of om een diagnostische toets te maken. Soms ook om aan een opdracht te werken die je digitaal moet inleveren. Daar komt dus geen papier meer aan te pas. Nog goed voor het milieu ook!
Je docent maakt ook regelmatig gebruik van een digitale schoolbord. Zo'n les is meestal vooraf samengesteld. Naast schema's en tekeningen zijn daar vaak ook filmpjes in opgenomen.

Biologie is ook: leren door te doen. 
Al in het eerste leerjaar werk je 8 weken lang  1 keer per week met de microscoop. We sluiten deze lessen af met een microscopie-examen. Je kunt dan in de rest van je loopbaan gebruik maken van dit prachtige hulpmiddel.
Het uitvoeren van onderzoek is een rode draad in het biologie onderwijs. Al in het eerste jaar doe je onderzoekjes volgens een vast stappenplan. Naarmate je verder komt, moet je steeds meer stappen zelf zetten. In de tweede fase moet je tenslotte 1 of 2 grote ‘praktische opdrachten' uitvoeren. Hierin laat je zien dat je het natuurwetenschappelijk onderzoek in je vingers hebt.
Iets bijzonders in de tweede fase van het vwo is tenslotte het ‘profielblok'. Je hebt dan twee of drie uur achter elkaar één van de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde.  Elke week een ander vak. Je doet dan practica die niet in één lesuur passen en die verdiepend zijn.